Als Adapteo richten we ons op de sociale infrastructuur en scholen. De kwaliteit van het onderwijs en de ontwikkelingen binnen het onderwijslandschap gaan ons aan het hart. Voor mij geldt dat ook persoonlijk, als vader van drie opgroeiende kinderen: twee in het voortgezet onderwijs en één op de basisschool.
Staat van het onderwijs: ruimte voor onderwijsontwikkeling
Gisteren bracht de Inspectie van het Onderwijs De Staat van het Onderwijs uit. De Staat van het Onderwijs 2026 laat opnieuw zien hoe groot de druk op het onderwijs is. Het rapport benoemt bekende uitdagingen, zoals het lerarentekort, maar wijst ook op andere knelpunten die minder vaak centraal staan. Eén daarvan is de fysieke leeromgeving.
Schoolgebouwen worden in toenemende mate als ontoereikend ervaren. Daar bovenop komt dat sprake is van een tekort aan klaslokalen. Niet alleen de schoolleiding en leraren hebben hier last van, maar ook de leerlingen. Dit is een ontwikkeling die ik zowel zakelijk als privé al zie plaatsvinden. Eén van mijn kinderen moest langere periode noodgedwongen pendelen tussen verschillende locaties. Naast onpraktisch is dit natuurlijk ook niet de gewenste situatie.
Ik kan mij voorstellen dat deze problematiek kan leiden tot een spanningsveld binnen een schoolleiding. Want elk uur dat wordt besteed aan het organiseren van huisvesting, is een uur dat niet kan worden besteed aan onderwijsinhoud, teamontwikkeling of de begeleiding van leerlingen.
Tegelijkertijd zien we een verandering in de context waarin scholen opereren. Samenwerking met kinderopvang neemt toe, vaak binnen dezelfde huisvesting. De fysieke leeromgeving is daarmee geen statisch gegeven meer, maar een factor die meebeweegt met ontwikkelingen in het onderwijs en de maatschappij.
Een andere benadering van onderwijshuisvesting
In het rapport Staat van het Onderwijs valt te lezen dat op dit moment een tekort is aan klaslokalen, terwijl demografische ontwikkelingen op termijn juist wijzen op krimp. Dat vraagt om een andere benadering van huisvesting. Niet alleen gericht op uitbreiding, maar ook op flexibiliteit in de tijd.
Juist in die ontwikkeling ligt een kans om het anders te organiseren. Modulaire huisvesting maakt het mogelijk om snel in te spelen op veranderende ruimtebehoeften, zonder onnodig langdurige trajecten of structurele overcapaciteit.
In combinatie met een Space-as-a-Service-model verschuift de manier waarop naar huisvesting wordt gekeken. Niet het bezit, maar het gebruik van ruimte komt centraal te staan. Capaciteit kan worden aangepast aan de actuele vraag, zonder dat er structureel te veel of te weinig ruimte ontstaat. Dat maakt het mogelijk om beter om te gaan met onzekerheid, zonder dat scholen zelf verantwoordelijk zijn voor het organiseren en aanpassen van hun huisvesting.
Zo wordt huisvesting weer wat het zou moeten zijn: een randvoorwaarde die essentieel is voor kwalitatief onderwijs, in plaats van een vraagstuk dat voortdurend aandacht vraagt. Zo kunnen schoolleiders zich weer richten op waar hun rol in de kern ligt: het ontwikkelen en verbeteren van onderwijs. Want uiteindelijk zijn het de leerlingen die daar dagelijks de impact van ervaren.